Met het verlies in Zwolle kwam er niet alleen een einde aan de play-offs, maar ook aan het tijdperk Doug Spradley. Met de Amerikaan aan het roer won de club in vier jaar tijd twee landstitels, de BNXT League, twee Supercups en de nationale beker. Dat het laatste seizoen eindigde zonder prijs doet hem pijn.

Tekst: Mathieu Hilgersom

De tijd is snel gegaan, zucht Spradley terwijl hij met zijn vingers knipt. “Ik weet nog toen ik hier vier jaar geleden binnenkwam. Voorzitter Marcel Verburg deed zijn jaarlijkse praatje als opening van het seizoen en daaruit bleek dat ik eigenlijk de derde keuze was. Hij bedoelde het vast niet zo, maar ik moest wel even slikken.”

Inmiddels kan Spradley erom lachen. Hij moest zich als grote onbekende dan wel bewijzen, maar dat ging hem bepaald niet slecht af. Terwijl hij praat, kijkt hij uit over de grote prijzenkast in 1574. Hij moet even zoeken, maar al snel vinden zijn ogen de prijzen die hij in de loop der jaren vast mocht houden. “Ze zijn niet van mij”, zo is hij duidelijk. “Ze zijn van het team.”

Triple
In het eerste seizoen in Leiden viel hij met de neus in de boter. En dat terwijl hij een selectie had, die hij grotendeels niet zelf had samengesteld. “Ik wilde sneller spelen, maar we hadden simpelweg niet de juiste spelers om dat te doen. Dus pasten we ons aan. We speelden gecontroleerd, maar we maakten nog steeds genoeg punten. En we wonnen de triple, dus je kunt niet zeggen dat het saai was.” Het was typerend voor zijn aanpak: niet vasthouden aan een systeem, maar kijken naar wat een groep nodig heeft. “Het is mijn taak als coach om onze stijl aan te passen aan de spelers die we hebben.”

De beelden van de sensationele zege op Donar in 2023 staan voor altijd in zijn geheugen gegrift. Voor de play-offs van het afgelopen seizoen liet hij ze zien aan het team. “We hebben die finale teruggekeken omdat je daarin ziet dat een wedstrijd nooit voorbij is. Je kunt altijd kantelen, altijd terugkomen. Lang niet alles ging goed in die laatste minuten. Maar we gaven niet op. Dat is mindset.” Het hoort bij hoe hij is gevormd tijdens zijn jaren als speler. “Ik was nooit de beste, maar in mijn hoofd wel. Er was geen enkele manier waarop ze mij konden verslaan.”

Na weer een nationale titel in 2024 vertrok een groot deel van de Nederlandse kern. Spradley moest opnieuw bouwen. Het werd niet het seizoen waarop hij hoopte. Desondanks kwam zijn ploeg vorig jaar in de finale. “Te veel spelers speelden voor zichzelf. Dan heb je twee keuzes: je laat het gaan of je trekt het terug. En als je terugtrekt, worden spelers soms gefrustreerd. Uiteindelijk bereikten we toch de finale. Dat was knap.”

Terug naar de basis
Voor het afgelopen jaar wilde hij terug naar de basis. Een Nederlandse kern, uptempo basketbal en een groep die fysiek in staat zou zijn om het tempo te dragen. Maar vanaf het begin wist Spradley dat zijn selectie te klein was. “We begonnen met negen profs. Dan moet alles meezitten.” De ploeg was bovendien jong: een rookie, spelers die terugkwamen van zware blessures en talenten die nog stappen moesten zetten. “Toch geloofde ik dat ze het niveau én het tempo aankonden dat wij voor ogen hadden.”

 “Onze pre-season was niet goed”, geeft hij toe. Maar dit kantelde direct toen de competitie begon. De ploeg schakelde naar de juiste versnelling, iedereen vond zijn plek en ZZ Leiden begon met overtuiging te winnen. “We hadden een mooi schema om in te komen, maar de jongens maakten er ook echt gebruik van. Iedereen stond er, iedereen droeg bij. Het was een heel goede basis.”

Uiteindelijk gebeurde waar hij bang voor was. De blessures kwamen én bleven. “We hadden periodes waarin meerdere jongens eruit lagen. Dan verlies je ritme. Basketbal is een ritmesport.” Het gemis zat volgens hem niet alleen in de punten die wegvielen, maar vooral in de kettingreactie die het veroorzaakte. “Als je twee spelers uit je starting five verliest, blijven er drie over. Die kunnen geen veertig minuten per wedstrijd spelen. Dan moet je gaan schuiven. Spelers maakten te veel minuten, raakten vermoeid en moesten rollen vervullen die eigenlijk niet bij hen pasten. Onze snelheid zakte weg, omdat we het simpelweg niet konden volhouden.”

Jeugdspelers
De jeugdspelers waren nodig om de trainingen draaiende te houden, maar ze konden het gat niet vullen. Dat hij ze meer minuten had moet geven, wijst hij resoluut van de hand. “Je krijgt bij mij altijd een kans, maar ze waren er niet klaar voor om een belangrijke rol te spelen. Ze deden hun best, maar het is een enorme stap. En als je al voor U19 of Promo speelt én bij het eerste moet aansluiten, dan word je op een gegeven moment opgevreten door de belasting.” Trainingen werden korter en minder intensief. “Ik kon niet harder pushen, want dan hadden we helemaal niets meer over. Soms hadden we niet eens tien spelers beschikbaar. Dat is gewoon de realiteit.”

De club zocht in de winter naar versterking, maar de financiële mogelijkheden waren er niet om dit te realiseren. “De club geeft geen geld uit dat er niet is. Ze nemen geen risico’s die ze niet kunnen dragen. Dat respecteer ik enorm, omdat ik weet dat dit elders wel gebeurt. Soms met alle gevolgen van dien.” Hij leerde er in vier jaar tijd mee om te gaan. Het dwong hem om anders te denken en vooral te accepteren dat niet alles maakbaar is. “In Duitsland kun je sneller schakelen. Hier moet je alles halen uit wat er wél is.”

Versterking
Uiteindelijk kwam de versterking uit het Promoteam: Brandon Bergsma. Spradley had hem al op het oog nadat de club vorig jaar in de beker tegen Cobranova had gespeeld. Toen hij bij het Promoteam aansloot, volgde Spradley hem nauwgezet. Uiteindelijk sprak hij met coach Jan Stalman over de mogelijkheden om hem erbij te halen. Bergsma had in de kerstperiode echter een baantje en kon niet eerder aansluiten. “We konden hem geen contract of geld bieden, alleen de kans om met het eerste mee te trainen. En hij moest gewoon werken. Dat begrijp ik.”

Toen hij na de jaarwisseling alsnog aansloot, bracht hij precies wat Leiden op dat moment nodig had: energie, emotie en onbevangenheid. “De fans houden van hem, zo’n jongen van de club die ineens opstaat. Hij speelde met het hart en dat voelde het publiek.” Tegelijkertijd moest hij duidelijk nog stappen maken. “Hij is 24, maar hij moet dingen leren die anderen op hun twaalfde al meekrijgen. Rotaties, helpdefense, bumps… dat was allemaal nieuw voor hem.” Toch kreeg hij zijn kans: in de play-offs mocht hij zelfs een aantal duels starten door blessures van Jibbe Sicking en Sam Huurman. “Maar eerlijk is eerlijk: hij was er nog niet klaar voor. Dat is geen verwijt, het is gewoon een enorme stap. Hij heeft veel potentie, maar hij heeft tijd nodig.”

Door alle blessures wankelde de ploeg in het voorjaar. De vele nederlagen zorgden voor gemor. Richting de play-offs leek echter alles weer op zijn plek te vallen. “Ik zei tegen Jan op de training: ‘moet je kijken wat er gebeurt’. Je voelde de energie weer terugkomen, het tempo in het spel, de sprankels.”

Uitschieters
De ploeg kon het in de play-offs nog niet elke wedstrijd opbrengen, maar de uitschieters bewezen dat er weer van alles mogelijk was. Soms was het vechten, soms won de ploeg ook op pure kwaliteit. Na de winst op Leeuwarden volgde een slopende serie tegen Donar. ZZ Leiden ging door op het tandvlees.

Het schema was moordend. Wedstrijden kort achter elkaar, reizen, herstellen, opnieuw spelen. Weer sloegen de blessures toe. “Je speelt om de dag. Je hebt geen tijd om te herstellen. En als je al een heel seizoen te veel minuten hebt moeten maken, dan komt dat op zo’n moment keihard terug.” De energie die net was teruggevonden, werd langzaam weer opgevreten door fysieke problemen. “We waren er klaar voor, maar het was op. Dat is de realiteit.”

“Lucas was geblesseerd, maar speelde toch, ondanks alle adviezen. Tyreek liep op zijn laatste benen en Javian had al langer fysieke problemen. Hij miste de beslissende wedstrijd in Zwolle.” Je kunt het onverantwoord noemen dat spelers doorgingen, maar juist deze enorme drive, is wat Spradley belangrijk vindt. “Je denkt toch niet dat ik vroeger wedstrijden heb gemist, omdat ik pijn had? Ik ging altijd door. Ik moest wel echt in het ziekenhuis liggen, wilde ik een wedstrijd overslaan.”

Juist daarom prijst de coach Kruithof. “Je bouwt geen team om een superheld, maar wel om een jongen die bijna altijd tien punten scoort, rebounds pakt, enorm belangrijk is met zijn steals en als het nodig is naar de grond duikt om een bal te pakken. Zijn mentaliteit, zijn drive. Dat is zeldzaam.”

Geen excuses
Na vier wedstrijden tegen Zwolle moest ZZ Leiden zich gewonnen geven. “Enorm jammer. Ik blijf erbij dat als we allemaal fit waren gebleven, we iedereen hadden kunnen verslaan. Maar ik zoek geen excuses. Dat is basketbal. Het hoort er gewoon bij. Gezien de tegenslagen die we hebben gehad, is het enorm knap dat we met zo’n krappe selectie de finale van de play-offs hebben gehaald. Aan de andere kant zijn we niet aan dit seizoen begonnen om tweede te worden. Daarom voelt het een beetje dubbel.”

Na de nederlaag in Zwolle verzamelde hij zijn spelers in de kleedkamer. De teleurstelling was groot, maar Spradley koos bewust voor een andere toon. “Ik heb ze gezegd dat ze trots moesten zijn, omdat ze alles hebben gegeven. Dat dit niet het seizoen is geworden waarop we hadden gehoopt, maar dat we hebben gevochten, nooit hebben opgegeven. Dat is ook waardevol.”

Hij koppelde het aan de mentaliteit die hij vier jaar heeft proberen over te brengen. Het was geen harde speech, geen analyse van fouten, maar een boodschap over karakter. “Ik wil dat ze begrijpen dat je sterker wordt van dit soort momenten. Dat je hiervan leert. Dat je zegt: ‘dit nooit meer.’ Ik vond het belangrijk dat ze met opgeheven hoofd uit de kleedkamer zouden stappen, want dat hebben ze verdiend.”

Slapeloze nachten
Dat de spelers moe zijn, is inmiddels duidelijk. Maar hoe zit dat met hem? Spradley moet lachen om de vraag. “Ik ben natuurlijk niet fysiek moe, maar ik heb de afgelopen tijd wel behoorlijk wat slapeloze nachten gehad.  Je ligt wakker omdat je oplossingen zoekt. Je denkt: ‘hoe kunnen we dit draaien? Wat kan ik veranderen? Wat kan ik doen met de spelers die ik nog heb?’ Het is geen vermoeidheid zoals bij de spelers, maar mentale uitputting. Zij waren fysiek op. Bij mij zat het in mijn hoofd. Je blijft maar puzzelen.”

En dus is ook Spradley toe aan vakantie. Hij gaat eerst terug naar zijn vriendin Conny in Duitsland, met wie hij soms wekenlang alleen maar Facetime-contact heeft gehad. En daarna gaat hij van de zomer genieten. Voor het eerst in jaren kan hij echt afstand nemen. “Normaal zit ik op een strandbedje met mijn laptop op schoot. Dan ben ik bezig met spelers, agents, contracten… het stopt nooit.” Dit jaar wordt anders. Hij wil golfen, tijd doorbrengen met zijn vriendin, rust pakken. Iets wat hij zichzelf zelden toestaat. “Ik ga nu echt proberen vakantie te vieren. Even geen basketbal.” Toch weet hij dat het nooit helemaal stil wordt. “Er kan altijd een telefoontje komen. En als dat gebeurt, begint alles opnieuw. Zo werkt het nu eenmaal in deze sport.”

Opvolger
Spradley geeft aan dat hij best langer in Leiden had willen blijven, maar dat hij in de gesprekken met de club merkte dat het moeilijker zou worden. “Ik heb vier jaar lang gebouwd en ik wilde niet weer vanaf nul beginnen.” Met zijn opvolger Radenko Varagić sprak hij nog niet en dat gaat waarschijnlijk ook niet gebeuren. “Een nieuwe coach moet zelf de ruimte krijgen om te bouwen, zonder de schaduw van zijn voorganger. Ik wil niemand in de weg zitten. Hij moet zijn eigen ideeën hebben, zijn eigen keuzes maken. Hij redt zich wel.”

Wat hij het meest gaat missen in Leiden? Daar hoeft Spradley niet lang over na te denken. “De mensen. Hier werkt niemand voor het geld. Iedereen doet het uit liefde voor de club. In het begin moest ik eraan wennen dat ik niet altijd meteen werd teruggebeld, omdat mensen naast hun werk ook gewoon een baan hebben, haha. Maar juist daardoor werk je samen met mensen die ongelooflijk veel passie hebben. Dat zal ik nooit vergeten.”

Daarbij denkt hij in het bijzonder aan zijn assistent-coaches van de afgelopen vier jaar: Jan Stalman, Martin Houwaard, Michael Meskers en Sebastian Lučić. “Zonder hun harde werk achter de schermen en hun drang om elke dag beter te worden, hadden we nooit bereikt wat we hebben bereikt. Daar ben ik ze enorm dankbaar voor.” Ook de mensen rondom het team wil hij niet vergeten. “Gerben, Marja, Hans, Peter, Eric, Sven, Arjen en Theo waren ontzettend belangrijk voor het team. Maar bovenal zijn het geweldige mensen.”

Ook de fans krijgen een speciaal woord van dank. “Ze hebben het team altijd fantastisch gesteund. Zelfs toen we terugkwamen van de laatste wedstrijd in Zwolle stonden er nog supporters bij de bus.” Zijn boodschap aan hen is simpel. “Blijf altijd achter het team staan. Deze club verdient dat.”

Tot slot denkt Spradley aan alle spelers met wie hij de afgelopen vier jaar heeft gewerkt. “Ik ben dankbaar voor de mooie jaren die we samen hebben gehad. Natuurlijk wil ik als coach prijzen winnen, maar ik wil spelers ook beter maken. Daarom ben ik er trots op dat meerdere jongens vanuit Leiden de stap naar grotere clubs hebben gezet.”

Wanneer Spradley opstaat, kijkt hij voor een laatste keer naar de prijzenkast. “Ik vind het een eer dat ik de meest succesvolle coach van Leiden ben geweest. Maar ik hoop dat mijn record snel wordt gebroken. Dat zou het allermooiste zijn, dat het na mij alleen maar beter wordt.”


afscheid doug_spradley goodbye Interview spradley

Meer nieuwsberichten