Nieuwsbericht

Gedegen winst in Rotterdam

23 oktober 2010

ROTTERDAM – Sporters kunnen heel verschillend reageren op kritiek. Sommigen gaan er aan onderdoor, anderen leven op. Voor Thomas Jackson lijkt het tweede te gelden.

Na de trieste wedstrijden van hem tegen Amsterdam en Zwolle, veerde hij zaterdag in Rotterdam, waar Zorg en Zekerheid zonder problemen met 60-82 won, op.


Het was nog niet helemaal de ‘TJ’, die wordt verwacht op basis van zijn eerdere prestaties in Zweden en Duitsland, maar zijn negen punten tegen honderd procent, de drie assists en vooral zijn leiderschap gaven hoop voor de toekomst. Hij kon in elk geval nu met opgeheven hoofd het veld verlaten.


Misschien was dat wel de grote winst van de wedstrijd tegen Rotterdam. Natuurlijk ging het ook om de winstpunten, maar eigenlijk hield niemand er rekening mee, dat die niet zouden worden opgehaald.


Van Rotterdam Basketbal, dat zijn zesde nederlaag op zes wedstrijden leed, mag ook dit seizoen niet te veel worden verwacht. De club had moeite om aan de eisen van de FEB te voldoen en heeft simpelweg geen geld om (Amerikaanse) spelers in te lijven, die het niveau van de Dutch Basketball League aankunnen.


De Canadees Robbie Sihota, net als Ross en Henry Bekkering afkomstig van Calgary, is de uitzondering, die de regel bevestigt. Hij komt behoorlijk aan zijn punten en rebounds.  E.J. Kusnyer mocht dan dertien punten maken, zijn spel is heel matig. Brian Freeman, de zoon van Gary Freeman (lang geleden in de eredivisie), kan misschien door zijn postuur in de promotiedivisie terecht, maar heeft in de eredivisie niets te zoeken. Behalve dan door zijn dubbele paspoort, omdat zijn moeder Nederlandse is.


Het was Zorg en Zekerheid Leiden vooral te doen om Patrick Hilliman en in minder mate Chip Jones uit te schakelen. Vooral in Hilliman schuilt het eventuele gevaar van Rotterdam. Met negen punten en acht rebounds werd de international ruim onder zijn gemiddelden gehouden.


Verdedigen staat bij Toon van Helfteren nu eenmaal hoog in het vaandel, omdat daar de basis ligt van een overwinning. Zeventig punten tegen is voor de Delftenaar zo ongeveer de grens en de wedstrijden tot nu toe bewijzen zijn gelijk. Leiden kreeg gemiddeld  slechts 65 punten tegen. Alleen in en tegen Weert ging het mis. De Limburgers maakten toen 87 punten en dat was dan ook prompt de enige wedstrijd, die werd verloren.


‘In de rebound ging het vanavond niet altijd even goed. We verliezen die ook net met 33 tegen 34 en Rotterdam had negen aanvallende rebounds in de tweede helft. Dat is te veel. Maar we krijgen zestig punten tegen. Tegen Nijmegen waren het er 71 met een verlenging, tegen Amsterdam en Zwolle in de vijftig. Dus dat is prima.’


Het zijn dat soort zaken, waarop Zorg en Zekerheid Leiden zich moet concentreren in wedstrijden als die tegen Rotterdam. Komende week zal die defensie van groot belang zijn in de uitwedstrijd tegen De Friesland Aris (dinsdag) en zaterdag in de topper thuis tegen landskampioen GasTerra Flames.


Het duel in het Rotterdamse Topsportcentrum – de grote zaal wordt binnenkort verlaten voor een plaatje van een kleine zaal met duizend stoelen in hetzelfde complex – was anderhalf kwart een echte wedstrijd. Via 20-21 aan het einde van de eerste periode, gingen de teams gelijk op tot 29-32.


Toen volgden er bijna vier minuten om je vingers bij af te likken. Het begon met een gave driepunter van Monta McGhee, waarna Ross Bekkering doordunkte op een alley-oop van de onvermoeibare Seamus Boxley, als altijd de motor van de ploeg. De toeschouwers werden vlak voor de rust ook nog vergast op een achterwaartse dunk uit een alley-oop. En er is er slechts één, die onder zo’n actie zijn handtekening kan zetten: Ross Bekkering... De pass kwam van McGhee.


Met die heerlijke actie en vlak daarna het rustsignaal bij 33-41 was de wedstrijd eigenlijk al een beetje gespeeld. Dat was helemaal het geval, nadat Zorg en Zekerheid Leiden de tweede helft begon met een 8-0 run. Worthy de Jong, die opnieuw een uitstekende wedstrijd speelde, knalde er twee driepunters in en McGhee zorgde daarna voor 33-49.


Het laatste beetje verzet van Rotterdam was daarmee gebroken. Het verschil liep op tot twintig punten bij 47-67 vlak voor het einde van het derde kwart. Het vierde deel was daardoor een formaliteit met als hoogtepunten de vierde driepunters van De Jong en McGhee.


Er hadden nog twee memorabele momenten kunnen zijn, maar de actie van De Jong, die twee enorme passen nam bij een lay-up en een keurig blok van McGhee vonden geen genade in de ogen van de arbiters. De reacties beperkten zich tot verbazing, omdat de wedstrijd al lang beslist was. Het eindsignaal klonk bij 60-82.  

JAN VAN DER NAT