Nieuwsbericht

Terugblik op 2009-2010

16 mei 2010

'Bij een gewone competitie kun je je voorbereiden op het einde, want dat zie je aankomen, maar met play-offs kan het van de ene op de andere dag voorbij zijn en dat is soms wel lastig.''

 

 De ene dag speel je nog en de volgende dag neem je voorlopig afscheid van een aantal spelers, diegraag zo snel mogelijk naar huis willen.' Toon van Helfteren sloeg de spijker op z'n kop in zijn praatje tijdens de korte, informele bijeenkomst vrijdagavond in de businesslounge, waar spelers, technische staf, begeleiding en bestuur het seizoen afsloten. Dat moest snel worden geregeld, want zaterdag en zondag vlogen de Amerikanen naar huis en maakte ook de Ier Conor Grace het sprongetje naar zijn vaderland.
 

De grote vraag is nu natuurlijk wie we terugzien in het volgende seizoen. Op dat van Terry Sas na lopen alle contracten af. De insteek is om in elk geval de kern van het team terug te halen naar Leiden. Of dat gaat lukken hangt natuurlijk af van de gesprekken, die de komende tijd plaatsvinden met de agenten. Toon van Helfteren zou het liefst aan het werk gaan met deze ploeg. Een paar spelers zullen afvallen en worden vervangen, maar als de kern er straks weer staat, kun je 'doorpakken'.
 

Want natuurlijk is er - ondanks het feit dat het een prachtig seizoen is geweest - ruimte voor verbeteringen. Was het doel voor 2009-2010 de zesde plaats, voor de komende jaargang zou dat bijvoorbeeld de tweede of derde kunnen zijn, zodat je in de play-offs later op de beste ploegen stuit. De andere doelstelling was de halve finales halen van het bekertoernooi en die is natuurlijk op geweldige wijzeovertroffen. Toch lijkt het halen van de Final Four andermaal een logische insteek.
 

Niet alleen in de halve finaleserie tegen GasTerra Flames, maar gedurende het hele seizoen heeft Zorg en Zekerheid aan alle kantenalleen maar bewondering geoogst. Het was vooral de hechtheid van de ploeg, die opvallend was. Geen cluster Amerikanen en een cluster

Nederlanders. Geen Amerikanen die er alleen maar stonden om hun brood te verdienen. Danny Gibson, Monta McGhee, Ronny LeMelle en Seamus Boxley voelden zich als in een warm bad.
 

De credits daarvoor moeten worden toebedeeld aan de clubleiding, het teammanagement, de coaches en ook de Nederlandse spelers, want opvang is verschrikkelijk belangrijk als je voor je werk terecht komt in een vreemd land en een nog vreemdere cultuur. Het was uiteraard een sportploeg, maar het zou zo maar een groep vrienden geweest kunnen zijn, waarin iedereen zich zeer op zijn gemak voelde. Ook Conor Grace bijvoorbeeld, die laat bij het team kwam, maar er binnen dagen bij hoorde.
 

Terugblikkend op het seizoen zijn er veel hoogtepunten te zien. Maar waar hoogtepunten zijn, zijn ook dieptepunten. Want uiteraard ginghet weleens iets minder. Maar het was opvallend hoe de ploeg zich er dan weer boven uit worstelde. Een zeperd halen in Weert en een

week later van Den Bosch en Bergen op Zoom winnen. Het was een kenmerkend voorbeeld van hoe deze ploeg in elkaar zat.
 

Het seizoen begon met een wedstrijd, die de geschiedenisboeken is ingegaan als 'Het Mirakel van Leeuwarden´. Zaterdag 3 oktober was zelfs in de Sleutelstad geen gewone 3 oktober. Het werd de dag van ´Het Schot´, de wonderbal van Monta McGhee, die onmiddellijk de bijnaam ´The Magican´ kreeg, nadat zijn noodschot voor drie punten door de Friese basket plofte.
 

Monta McGhee werd misschien wel de opvallendste exponent in het vierde jaar van Zorg en Zekerheid Leiden. Hij deed en doet soms rare dingen, maar compenseert die met onnavolgbare acties. Hij deed en doet dat met een enthousiasme dat aanstekelijk werkt. Naar de rest van de ploeg en naar het publiek. Toen hij begin 2010 geruime tijd langs de kant moest blijven (11 wedstrijden) met een lies- en hamstringblessure was hij de grootste supporter van de ploeg. Als hij even kon staan moedigde hij het team aan en zweepte hij het publiek op.
 

Hij vormt een mooie twee-eenheid met Danny Gibson, de floorcaptain van de ploeg en algemeen erkend als de beste pointguard van de Nederlandse competitie. Alleen Jason Dourisseau van Flames kon hem in de halve finales van de play-offs een beetje de baas. Bij de verkiezingen werd hij dan ook uitgeroepen tot MVP. Behalve dat hij de ploeg bij de hand nam, scoorde hij zelf ook veel. Genoeg zelfs om  het seizoen als topscorer af te sluiten. Hij oversteeg het Nederlandse niveau. Het is te hopen dat hij voor nog een seizoen terugkeert

naar Leiden, maar zijn toekomst lijkt elders te liggen. Kwaliteit verloochent zich niet.
 

Over Seamus Boxley ben je eigenlijk snel uitgepraat. Zou er een tweede speler zijn in Nederland, die zó met zijn hart speelt? Als dat zo zou zijn, moet je hem met een lampje zoeken. Een prachtig mens, een uitstekende basketballer en een voorbeeld voor iedereen. Een coach die Seamus Boxley in zijn team heeft als aanvoerder mag zich gelukkig prijzen. Miste door blessures 12 wedstrijden.
 

Ronny LeMelle is het prototype van een rasschutter, een man met een fluwelen touch. Veel schutters hebben één ding gemeen: ze moeten lekker snel in de wedstrijd zitten. Met andere woorden: als de eerste ballen vallen, dan zit het meestal wel goed. Als de eerste

schoten van LeMelle vallen, dan weet je dat hij een prima wedstrijd gaat afleveren. Ook pakt hij dan automatisch veel rebounds. Typisch voor schutters is ook, dat het soms helemaal niet lukt. Daarom geeft de scorecurve van LeMelle een paar lange punten naar beneden aan,

ook helaas in de twee laatste wedstrijden tegen Flames.
 

Conor Grace kwam laat bij de ploeg en was misschien niet helemaal de speler, die werd gezocht en verwacht. De sympathieke Ier speelde erg wisselvallig. In  sommige wedstrijden solliciteerde hij rechtstreeks naar een enkele reis Dublin, maar een paar dagen later bleken

zijn verdedigende kwaliteiten en zijn wat vreemde (driepunts)schot weer erg belangrijk. Zorgde in de laatste wedstrijd nog voor billenknijpen bij de Groningse aanhang door opeens twee driepunters op rij te maken.
 

Jeroen Slor is wellicht de grootste revelatie van dit seizoen. Er waren, niet onbegrijpelijk, wat twijfels rond hem na een jaar afwezigheid met een knieblessure. Vandaar een éénjarig contract. Hij miste een paar wedstrijden met kleine ongemakken, maar de knie heeft geen enkel probleem opgeleverd. Met gemiddeld 9 punten, 5 rebounds en een geblokt schot presteerde hij prima. Zijn 'extreem' lange armen zijn een groot voordeel. Zou een van de 'franchise-spelers' moeten en kunnen worden.
 

Johan Kuijper heeft dit seizoen veel opgestoken van Toon van Helfteren. Toonde echter nog niet altijd de agressiviteit, die de coach zo graag ziet van zijn center. Heeft de lengte om tegenstander koud te zetten met een flinke dunk. In Your Face. Was getekend: Johan Kuijper! Speelde in december een wereldwedstrijd met 22 punten en 13 rebounds tegen Amsterdam. Maar ja, tegen die ploeg hoef je hem nooit te motiveren... Moet natuurlijk blijven. You cann't teach hight tenslotte...
 

Mick Burger had even nodig om van zijn knieblessure af te komen en ontwikkelde zich daarna prima. Verdedigend een betrouwbare kracht en aanvallend vaak verrassend met een driepunter of een rebound als een duveltje uit een doosje. Moest minuten sprokkelen van LeMelle en had ook nog eens de concurrentie van Terry Sas. Kreeg in de halve finales de voorkeur.
 

Terry Sas heeft geen gelukkig eerste seizoen achter de rug bij ZZ Leiden. Een flinke griepaanval en twee 'lullige' blessures (eentje onder de voet en een gebroken vinger) beperkten hem tot 21 wedstrijden. Was tegen het einde weer helemaal hersteld, bewees zich in de eerste ronde van de play-offs tegen Matrixx, maar zat tegen GasTerra vooral op de bank. Een keuze van Van Helfteren. Heeft een doorlopend contract.
 

De overige spelers vormen duidelijk de bankbezetting. Voor Joey Schelvis was dat een hard gelag. Het ene seizoen Rookie of the Year en het andere seizoen op de bank. Van Helfteren ziet in hem een 'twee' en geen point guard en juist op die plek in Zorg en Zekerheid Leiden goed voorzien. Zijn toekomst lijkt dan ook niet in Leiden te liggen. Rogillio Sewrattan was de opvallende nieuwkomer in de aanloop naar het seizoen en meestal de eerste keuze om Gibson wat rust te geven. Youri van der Linden en Dave Conrad waren vooral spelers van het tweede team en vooral bij de ploeg voor het geval de nood aan de man zou komen.
 

Tot slot de coach. Toon van Helfteren kon dit seizoen zijn 'eigen' team samenstellen en dat is natuurlijk fijn voor een coach. Hij kan als geen ander veel bereiken met jonge spelers. Hij deed dat eerder in Den Bosch en hij deed het in Leiden. Het leverde hem terecht de titel Coach of the Year op. Hij bereikte meer dan aanvankelijk voor mogelijk werd gehouden. Coacht vaak op het randje ten opzichte van scheidsrechters. Dat kostte hem ook nu wat technische fouten, maar dat zal zo blijven. De aard van het beestje kun je nu eenmaal niet veranderen.
 

En dan de blik vooruit. Zonder tegenslagen speelt Zorg en Zekerheid in 2010-2011 in een vernieuwde Vijf Meihal. Op papier ziet de nieuwe tribune en prachtig uit. Met een capaciteit van zo'n 2.200 toeschouwers is de organisatie klaar voor een nieuwe stap. Want die moet gezet worden, ook na het prachtige seizoen 2009-2010. De doelstelling zal een tikkeltje hoger zijn. Andermaal de halve finales van de beker halen (de winst wasniet ingecalculeerd natuurlijk) en streven naar plaats vier of drie wellicht.
 

Maar eerst genieten van een welverdiende vakantie. Daar middenin mag, nee moet u het Nations Cuptoernooi (31 juli, 1 en 2 augustus met Nederland, Duitsland, België en Zweden) in de agenda zetten. De competitie begin eind september en daarvoor zal er natuurlijk geoefend gaan worden. Zo rond half augustus gaat de ploeg weer aan de slag. Met welke spelers zal de komende tijd duidelijk worden. Bekijk daarom deze website ook af en toe als de mussen uit de dakgoot vallen...
 

JAN VAN DER NAT