Nieuwsbericht

Weer net niet tegen Polynorm

23 november 2006

Het ging natuurlijk om meer dan alléén de vrije worpen, maar de onbelemmerde schoten vanaf de lijn ging andermaal te vaak mis bij Zorg en Zekerheid en waren zeker van grote invloed bij de nederlaag (62-65) tegen Polynorm Giants. Door 11 van de 21 kansen te missen, liet de ploeg van Ivo Boom té veel punten liggen. En dat telt als je naar de eindstand kijkt.

Nu was het niet echt verrassend dat ZZ Leiden - in afwachting van de keuringsuitslag nog zonder Donald Wilson - veel vrije worpen miste, want het is zo'n beetje de achilleshiel van de ploeg. In de hele eredivisie doet alleen Matrixx Magixx het nog slechter, maar de 59.7 procent van ZZ Leiden is een percentage dat de eredivisie onwaardig is. Alle andere teams schieten minimaal 65 procent en de winnaar van donderdag in de Vijf Meihal, Polynorm dus, zelfs ruim 73 procent.

Maar, zoals gezegd, het waren niet alleen de vrije worpen, die de oorzaak vormden van de zevende nederlaag op rij. Aanvallend liep het uitermate stroef. ZZ Leiden kon onder het bord van Polynorm zijn eigen spelletje niet spelen en zocht vaak vergeefs naar alternatieven. Shelton Colwell is de spil in de Leidse aanval en dat had Tony Vandenbosch, de Belgische topcoach van de Brabanders, goed gezien.

Voortdurend werd Colwell gedoubleteamed. Dat is een verdedigend risico, want er staat dat altijd een aanvaller vrij. Maar het pakte voor Polynorm goed uit, omdat bij ZZ Leiden - getooid in nieuwe shirts met de naam van de speler op de rug - het schot niet lekker viel en er door anderen onder het bord soms onbegrijpelijke missers werd geproduceerd. De jarige Nick Curtis was geen echte bedreiging en Johan Kuijper had voor de rust ‘zeep aan zijn handen' en ging pas laat in de wedstrijd de dingen doen, die hij kan en heeft gedaan in de laatste wedstrijden.

Iets meer rendement uit de aanval had ZZ Leiden wellicht al bij de rust op een lekkere voorsprong kunnen zetten. Want verdedigend ging het heel behoorlijk. Polynorm wist zich eigenlijk nauwelijks raad tegen de goed draaiende zone en zone-press, verdedigingsvormen die op zich niet bijzonder zijn, maar door ZZ Leiden heel lang werden toegepast. Pas helemaal aan het eind, toen er een doorbraak geforceerd moest worden werd overgestapt op een man-to-man.

Dat de verdediging goed werkte, bewijzen de slechts 65 punten die de tegenstander maakte. Dat is een dusdanig laag aantal dat je vrijwel zeker een wedstrijd kunt winnen. Maar dan moet je ze er natuurlijk aan de andere kant wél ingooien. En dat deden eigenlijk alleen JS Nash en Jeremy Ormskerk (archieffoto), die met 20 punten topscorer van zijn ploeg werd en uit het dalletje lijkt te zijn gekropen, waar hij de laatste weken in zat.

ZZ Leiden en Polynorm gaven elkaar geen duimbreed toe. Af en toe zat er wat licht tussen beide ploegen (24-19 na driepunters van Nash en Ormskerk aan het begin van het tweede kwart bijvoorbeeld), maar steeds werd het gat weer gedicht. Dat was ook het geval in het vierde kwart, nadat deel drie was afgesloten op 40-48. Nash met een score plus bonus en Curtis halveerden onmiddellijk het verschil.

Toch was het Polynorm dat in het laatste kwart steeds een kleine voorsprong had. ZZ Leiden bleef hangen op een puntje of vijf en slaagde er maar niet in om aan te sluiten. Polynorm beschikt over drie prima Amerikanen, die elkaar naadloos aanvullen en aflossen. Na Tyrone Riley en Devonne Giles was het nu Monwell Randle, die de Leidse defensie het meeste werk gaf. Het leek dus maar niet te lukken.

Maar plotseling was er een wending. Ormskerk schoot een driepunter binnen en mocht ook nog een keer naar de vrije-worplijn. Dat was de sprong die ZZ Leiden nodig had. Op 58-60 was de strijd compleet open en leek het kwartje de goede kant op te gaan vallen. Met nog twee minuten te gaan werd de fout van Chip Jones op Shelton Colwell als ‘onsportief' bestempeld en dat betekende dus twee vrije worpen én balbezit.

Maar het verhaal van de vrije worpen is al verteld. Colwell zat totaal niet in de wedstrijd en miste daardoor het zelfvertrouwen, dat een speler nodig heeft in zo'n situatie. Ze ging allebei mis. Toch was het nog niet voorbij, want vlak daarna zorgde Ormskerk toch voor 60-60 met nog maar 45 seconden op de klok.

In zo'n situatie wordt een basketballwedstrijd een pokerspel en dat bleek Devonne Giles het beste te verstaan. Vier punten van hem, met daar tussenin een Leidse misser, zorgden voor de beslissing, het helse kabaal dat de 1100 toeschouwers maakten, ten spijt.