Nieuwsbericht

Wie zijn er fit voor Amsterdam?

11 december 2009

LEIDEN - De grote vraag op iets meer dan een etmaal voor aanvang van de wedstrijd tussen Zorg en Zekerheid Leiden en ABC Amsterdam is wie er namens de thuisploeg speelklaar zullen zijn. Het geblesseerde trio Seamus Boxley, Terry Sas en Jeroen Slor kreeg vorige week zondag gezelschap van Monta McGhee en woensdag nog eens van Mick Burger.

Je zou er zo een moderne versie van Agatha Christie's Tien Kleine Negertjes over kunnen schrijven. Het hoofdstuk van vandaag zou dan uiteraard beginnen met: 'En toen waren er nog...'  Ja, hoeveel eigenlijk? De medische staf maakt overuren om zo veel mogelijk spelers wedstrijdklaar te krijgen, maar hoe iedereen reageert is vermoedelijk pas kort voor aanvang te zeggen.

 

Natuurlijk is de wedstrijd tegen Amsterdam een heel belangrijke, zoals dat ook geldt voor de twee duels, die nog voor de kerststop volgen tegen Rotterdam en Landstede. Maar hoe belangrijk ze ook zijn, je kunt en mag geen onverantwoorde risico's nemen. Straks in januari en later is het van belang een zo fit mogelijke ploeg te hebben en misschien moet je dan nu maar roeien met de riemen, die je hebt.

 

Toen Mick Burger woensdag door zijn linkerenkel klapte, klonk er uit de mond van Ronny LeMelle een welgemeend 'shit'. Kennelijk voelde hij dat het mis was. En dat bleek, want de volgende dag strompelde de Amsterdammer op krukken de Vijf Meihal binnen.

 

Zorg en Zekerheid Leiden heeft - om het eufemistisch te zeggen - een 'rijke' geschiedenis als het gaat om blessures. De 'Leidse ziekte' kwelde de ploeg de afgelopen drie seizoenen regelmatig. Vaak echter bleken er dan anderen op te staan, want je kunt wel sippen over spelers, die er niet bij zijn, als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

 

Ongetwijfeld is de ploeg, mede door de blessures, tot op het bot gemotiveerd tegen Amsterdam. Het is tenslotte weer zo'n 'vier-punten-duel'. Winst of verlies bepalen of het gat tussen beide ploegen acht, dan wel vier punten zal zijn.

 

Kijken naar de historie tussen beide heeft niet zo veel zin. Amsterdam is Amsterdam niet meer, sinds het faillissement van de belangrijkste sponsors diepe gaten heeft geslagen in de altijd behoorlijk gevulde schatkist. Dat betekent ook dat er een ander niveau spelers staat en dat verliezen van Amsterdam (zoals vorig seizoen zes keer) zeker geen automatisme meer is.

 

Eerder dit seizoen werd er in Sporthallen Zuid na verlenging gewonnen in een wedstrijd, waarin de mentale veerkracht van Zorg en Zekerheid duidelijk bleek. Op het moment dat in die extra tijd de beslissing gevallen leek te zijn (vier punten achter en balbezit voor Amsterdam) gaf Leiden nog een keer gas en won met 78-79.

 

Amsterdam thuis is, zoals gezegd, de eerste van het drieluik, dat voor Zorg en Zekerheid Leiden het jaar 2009 afsluit. Drie wedstrijden die - gezien de krachtsverhoudingen - gewonnen zouden moeten worden. Zou dat lukken, dan glijdt de ploeg in een zetel over de grens van 2009 en 2010.

 

Als Monta McGhee 'gewoon' kan spelen dan zouden de drie Leidse Amerikanen het moeten kunnen winnen van hun Amsterdamse landgenoten. Die doen het in de competitie op zich niet verkeerd, maar hun internationale optreden eerder deze week - met samen maar dertien puntjes tegen Minsk - was ronduit zwak.

 

Als daarnaast Jeroen Slor het groene licht krijgt, zouden hij en Johan Kuijper in staat moeten zijn gelijke tred te houden met de luchtmacht van Amsterdam, bestaande uit Robert Krabbendam en Sergio de Randamie.

 

Het wordt hoe dan ook een interessant duel met sowieso aan Leidse kant één voordeel: de uit 1.200 man bestaande 'extra speler' op de tribunes van de Vijf Meihal.