Nieuwsbericht

Overtuigende tweede helft

11 oktober 2009

LEIDEN - Dankzij een sterke tweede helft won Zorg en Zekerheid Leiden overtuigend van Upstairs Weert.

In een feestende Vijf Meihal stond er na veerig minuten, soms oogstrelend basketball 97-81 op het bord. Leiden had die goede tweede helft nodig, want voor de rust was de ploeg van Toon van Helfteren er niet in geslaagd om Weert van zich af te schudden. Er was wel vaak een voorsprong van een paar puntjes, maar telkens weer kwam de Limburgse ploeg terug. En steeds was daar Elijah Palmer voor verantwoordelijk.

Na de rust werd er aanzienlijk beter gespeeld en liep Zorg en Zekerheid langzaam maar zeker weg van Upstairs om uiteindelijk de derde zege in dit nog prille seizoen bij te schrijven: 97-81.

Door deze derde overwinning op rij staat de ploeg van Van Helfteren voorlopig op de met GasTerra Flames Groningen en World Class AA Giants gedeelde eerste plaats en staat er voor komende zaterdag dus een heuse topper op het programma, wanneer World Class zijn opwachting maakt in de Vijf Meihal.

Dat is op voorhand een andere (lees: betere) tegenstander dan Upstairs Weert en wil Zorg en Zekerheid Leiden een kans hebben tegen het team van Erik Braal, dan zal er de hele wedstrijd top gespeeld moeten worden.

 

Dat was zaterdag niet het geval. In de eerste helft was het uiterst pover en werd eigenlijk de lijn doorgetrokken van de eerste twee duels, die in weerwil van het matige niveau natuurlijk wél werden gewonnen. Belangrijk voor Leiden is de rebound en dat is niet altijd even gemakkelijk met een relatief kleine ploeg. Maar daar lag tegen De Friesland Aris en Matrixx Magixx wel de sleutel.

Vooral aanvallend werden er in de eerste helft nauwelijks terugkaatsers gepakt. Er stonden er na twintig minuten precies drie op het statssheet. Daarbij moet worden aangetekend dat Johan Kuijper al snel beperkt werd in zijn mogelijkheden, want in no-time stonden er drie fouten achter zijn naam.

Verdedigend had Zorg en Zekerheid vooral te maken met Elijah Palmer, een Amerikaan die het Nederlandse niveau lijkt te overstijgen. Hij deed het zo ongeveer in zijn eentje voor Upstairs en sloot de eerste helft af met vijftien punten en acht rebounds.

Voor de thuisploeg waren het vooral Seamus Boxley (12) en Monta McGhee (8) die voor de scores zorgden, maar het was toch de Limburgse ploeg, die met een minieme voorsprong naar de kleedkamers ging: 36-37.

Dat het in de tweede helft beter moest was natuurlijk een understatement. Dit Upstairs Weert moest geklopt kunnen worden. Niet in de laatste plaats omdat Amerikaan Calvin Walls nog altijd niet kon spelen en zijn landgenoot Kurtis Rice snel naar de kant moest, omdat zijn linkerarm bij een botsing uit de kom schoot.

Hij werd in de kleedkamer geholpen door Leiden-verzorger Cees Damen en kon later toch weer spelen. 'Hij vond me even niet zo aardig, toen ik die arm in de kom trok', zei Damen later. 'Maar als we met hem naar het ziekenhuis waren gegaan, had hij heel veel meer pijn gehad...'

Het Weerter gevaar beperkte zich hierdoor vooral tot Palmer en guard Mark Porter, die tot na de rust wachtte om een hoofdrol te gaan spelen. Maar veel haalde het niet meer uit, toen de kleine spelverdeler op temperatuur kwam. Zorg en Zekerheid controleerde op dat moment de wedstrijd.

Met name de rebound was ook beter verzorgd. Na de 16-25 'nederlaag' van de eerste helft won Zorg en Zekerheid het op dat punt nu met 21-14. En ach, heel veel is er daarmee eigenlijk niet mis, want de Leidse ploeg blijkt na drie speeldagen met 130 stuks de best-reboundende ploeg van de eredivisie...

Met een kwart van 33-17 was de zaak in feite al voor elkaar. Dat wil zeggen met de ploeg van dit seizoen, die mentaal stukken beter in elkaar steekt, dan de teams van de afgelopen seizoenen. Dat bleek vooral in een fase, waarin Upstairs wat dichterbij kwam, nadat Monta McGhee met zijn twintigste punt voor 81-63 had gezorgd.

Mark Porter nam het voortouw en sleurde zijn ploeg naar een marge van elf punten (83-72). Tijd voor de logische time-out. De keren dat Leiden in het verleden in paniek raakte in zo'n situatie en het weer een 'echte' wedstrijd liet worden, zijn niet op één hand te tellen.

 

Maar zoals gezegd, mentaal zit het wel goed in dit team. Het verschil werd - door Porter - nog wel negen, maar daarna pakte Leiden het op. Jeroen Slor, die niet sterk aan de wedstrijd begon, bewees zijn nut en kwaliteit door juist in die fase twee keer te scoren. Eerst op assist van McGhee en pal daarop uit de rebound na een schot van alweer McGhee.

Seamus Boxley, Jeroen Slor en vervolgens Danny Gibson (weer een van de uitblinkers met zijn supersnelle acties) en Joey Schelvis vanaf de lijn, voltrokken daarna het vonnis over de Limburgse ploeg.

 

Dat Joey Schelvis in die fase speelde was opvallend. In de eerste twee wedstrijden kreeg hij weinig kansen en ging Van Helfteren naar Rogillio Sewrattan als stand-in voor Danny Gibson.

De coach heeft wat problemen met de verdeling van de speeltijd op de guardposities. 'Je probeert speeltijd te vinden voor iedereen, maar dat is soms lastig. Achter Gibson heb ik Rogillio en Joey, maar Joey heb ik liever op de andere guardplek. Daar zit je echter met Mick Burger (hij speelde zaterdag zijn honderdste competitiewedstrijd voor de club, red.) achter Ronny LeMelle en eigenlijk ook een beetje met Terry Sas, hoewel je die ook achter McGhee kan gebruiken. Het is dus puzzelen met de speeltijd. Nu speelde Mick bijvoorbeeld maar drie minuten.'

 

Het is duidelijk dat het leven van een coach niet altijd over rozen gaat. Hoewel... drie uit drie is natuurlijk prachtig en dat maakt het kiezen ook wat eenvoudiger. Als je wint heb je vrienden, immers?

 

JAN VAN DER NAT

KLIK HIER voor de statistieken
FOTOREPORTAGE Peter van der Velde
KLIK HIER voor de samenvatting
KLIK HIER voor de post-game interviews