Nieuwsbericht

Een 'Heuvel' te ver

13 januari 2009

WEERT - Voor de derde keer op rij heeft de eerste serieuze tegenstander voor Zorg en Zekerheid de deur van het bekertoernooi in de slot gegooid. Na EiffelTowers (2007) en Matrixx Magixx (2008) was het dinsdag Upstairs Weert, dat in de eigen sporthal Boshoven met 74-70 zegevierde. Voor Zorg en Zekerheid Leiden bleken de kwartfinales dit keer geen brug, maar een 'heuvel' te ver.

door Jan van der Nat

Een veel gehoorde kreet in de sport is, dat je een wedstrijd niet door de scheidsrechter(s) verliest. Na dinsdagavond kan die slogan de vuilnisbak in. Zorg en Zekerheid moest ook bij zichzelf te rade gaan, omdat het een maximale voorsprong van dertien punten niet kon vasthouden. Maar de twee volslagen idiote onsportieve fouten, die Paul van den Heuvel floot waren een breekpunt in de wedstrijd, die Zorg en Zekerheid Leiden tot dat moment onder controle had.

Eerst gaf de arbiter uit Vught een onsportieve fout aan Frank Schaftenaar, die Steve Ross blokte. Hard, maar Schaftenaar ging voor de bal, die hij deels ook raakte. Een fout, akkoord, maar onsportief? Absoluut niet. Kort daarna kreeg Cedric McGowan ook een onsportieve fout, toen hij de hand van zijn tegenstander wegsloeg, omdat deze hem aan zijn shirt vasthield. Dat gebeurt meerdere malen per wedstrijd en natuurlijk mag en kan daarvoor worden gefloten, maar van onsportief is geen sprake.

En omdat Van den Heuvel vanaf dat moment toch al geen vriend van Zorg en Zekerheid was, gaf hij op zeven seconden van het einde - toen er nog altijd een winstkans was voor de Leidse ploeg - de bal aan de zijlijn aan Upstairs. Die bal ging via een Weerts lichaam uit, zo zag vrijwel iedereen. Van den Heuvel twijfelde aanvankelijk, maar gaf daarna met een bijna tromfantelijk gebaar de bal aan Weert.

Goede scheidsrechters vallen niet op, zo luidt een ander gezegde in de sport. De hoofdrol willen spelen is het andere uiterste. Is het Nederlandse basketball toegenwoordig zo veel beter, of zijn de scheidsrechters zo veel slechter? Het is een triviale vraag. Maar na de one-man-show van Nico Zwiep tegen West-Brabant, de slotactie van Karel Kraaijeveld in Den Bosch en deze tragedie van Paul van den Heuvel is het antwoord bekend. 

Met de ultieme beslissing van Van den Heuvel was de laatste kans voor de ploeg van Toon van Helfteren verkeken. Het bekertoernooi gaat verder zonder Zorg en Zekerheid en Upstairs mag op 27 januari naar Leeuwarden voor de volgende ronde tegen Aris Friesland.

Zorg en Zekerheid kwam zwaar gehandicapt aan de start in Weert. Niels Meijer, die dicht in de buurt is van een rentree, bleef ziek thuis in IJmuiden en naast Vincent Krieger, Bern Persoon en Sjors Besseling moest ook David Chiotti de wedstrijd laten schieten. De dragende Amerikaanse center heeft last van zijn rechterknie. Wat precies het probleem is moet later deze week blijken bij medisch onderzoek. De fysiotherapeuten vermoeden iets als een beknelde zenuw.

Toon van Helfteren kon dus geen beroep doen op vijf spelers, die met een kleine beetje improvisatie een aardig quintet in het veld zouden kunnen vormen. Acht fitte spelers moesten dus de klus klaren tegen Upstairs en dat was natuurlijk een enorme handicap. Het betekende direct al dat Mick Burger moest starten. Van Helfteren hield daarmee Bubba Walther in de mouw. Met Burger begonnen JS Nash, Johan Kuijper en Seamus Boxley en Cedric McGowan aan de wedstrijd.

De laatste begon fantastisch aan het duel. Hij maakte de eerste zeven punten voor Zorg en Zekerheid, dat onmiddellijk een voorsprong nam en Upstairs onder druk zette. De flitsende start van de man uit Miami inspireerde de rest. Alles geven was het enige dat Zorg en Zekerheid kon doen en dat resulteerde in een knappe 18-22 voorsprong aan het einde van het eerste kwart. McGowan bleek echter geen vervolg te kunnen geven aan zijn flitsende start.

Gezien de omstandigheden kon die 18-22 al een verrassing worden genoemd. De grote vraag was natuurlijk of en hoe lang Zorg en Zekerheid het kon volhouden. Lang, zo zou blijken, want bij de rust was het verschil zelfs zes punten: 33-39. Het zou toch niet dat...

Vier minuten na de hervatting was het gat echt serieus bij 37-50. Het werd muisstil in het met slechts tweehonderd toeschouwers 'gevulde' Boshoven. Nou ja, toch ook niet, want drie van de zeven meegereisde supporters hadden het hoogste woord: Leidduuuhhh...

Maar de terugval kwam en Upstairs kwam met rasse schreden dichterbij onder aanvoering van de kleine Nick Stapleton. Aanvallend stokte het bij de Leidse ploeg, die niet kon voorkomen dat de Limburgers bij 54-54 aansloten. Op dat moment stak ook Niels Vorenhout zijn neus aan het venster. Eerder in het seizoen had hij Zorg en Zekerheid de vernieling in geschoten met zes op zes driepunters. Nu gooide hij er twee bommen in en Leiden moest in de achtervolging.

Dat was beslist geen kansloze zaak. Tot Paul van den Heuvel besloot de reeds genoemde onsportieve fouten te fluiten. Zorg en Zekerheid knokte voor wat het waard was. Gooide de nodige vrije worpen raak (Nash 2, Walther - die ze redelijk simpel 'kreeg'- 3), maar zag met lede ogen dat oud-Leidenspeler Steve Ross dat kunstje ook bleek te verstaan. Hij maakte zijn slechte wedstrijd goed door in de laatste minuut vier vrije worpen te maken. Tussendoor gooiide Nash nog een keer zijn tweede poging opzettelijk mis, in de hoop de rebound in Leidse handen te krijgen.

Dat lukte niet en even later stond Zorg en Zekerheid Leiden met lege handen. In die van Van den Heuvel zat hopelijk na afloop snel een kopie van de dvd, zodat hij thuis zijn zonden nog eens kan overzien...