Nieuwsbericht

Dramatische fase in derde kwart

1 november 2007

ROTTERDAM - Kennelijk was de bodem van de gifbeker nog niet echt in zicht met het wegvallen van JS Nash en Nick Curtis, die slechts een paar minuten in actie kwam om anderen wat rust te geven, maar door zijn enkelblessure niets kon uitrichten. Aron Royé (foto), net hersteld van zijn blessure, gaat opnieuw een tijdje de ziekenboeg in. Woensdag op de training kneusde hij zijn linkerduim, kon wel spelen, maar moest voorzichtig zijn. Hij stond echter 32 seconden in het veld, toen hij achter een bal aan dook en een tegenstander op zijn linkerhand ging staan.

Dat Zorg en Zekerheid - door een rampzalige periode van op de kop af 5 minuten en 8 seconden in het derde kwart - de wedstrijd tegen Rotterdam Challengers verloor (84-64 uiteindelijk), kon er dus ook nog wel bij. De tranen liepen over zijn wangen, toen verzorger Cees Damen zijn hand onderzocht. Voor de zekerheid werden er even later foto's genomen in een ziekenhuis. Gelukkig bleek het nog een beetje mee te vallen, want even werd er gevreesd voor een breuk.

Royé was er dus niet meer bij, toen ZZ Leiden moest proberen om de krappe voorsprong bij de rust (38-40) te verdedigen. De voorsprong was veel groter geweest, omdat de ploeg van Ivo Boom perfect aan de wedstrijd begon. Inclusief de openingsscore van het tweede kwart vlogen zeven van de acht driepunters (Wilson 3, Burger 2, Chiotti en Krieger) feilloos door het netje, hetgeen maximaal zelfs twaalf punten verschil opleverde: 16-28.

In het begin van het derde kwart ging het nog steeds goed. Vijf punten van Vincent Krieger leidden tot 40-46 en ZZ Leiden controleerde de wedstrijd. Toch waren de eerste haarscheurtjes toen al zichtbaar. De krappe personele bezetting ging zijn tol eisen. Rotterdam dook als een roofdier op zijn prooi en vooral Vincent Krieger moest het daarbij ontgelden. Hij was Leidens enige spelverdeler en werd zwaar onder druk gezet, vaak door twee man tegelijk.

‘Ik had zonder JS en Aron natuurlijk geen alternatieven', zei Boom later. ‘Donald, Mick en Jeroen zijn mogelijkheden om het spel te verdelen, maar geen van allen spelers, die dat graag doen. Donald wil rennen en heeft niet de rust om de bal op te brengen. Vincent ging fouten maken tegen die pressie, maar eigenlijk kon ik hem niet wisselen.'

Onder een beetje betere omstandigheden was dat natuurlijk wel gebeurd, want als een speler door vermoeidheid niet alleen balverlies lijdt, maar ook persoonlijke fouten maakt, waardoor hij op scherp komt te staan, dan moet je hem gewoon naar de bank halen. Ook David Chiotti moest tol betalen voor zijn harde zwoegen en maakte een paar onverklaarbare denkfouten, die tot balverlies leidden.

En als het dan al zo tegenzit, komt ook de Wet van Murphy nog eens om de hoek kijken en krijg je een fout als een hard een elleboog in je maag wordt gezet (Johan Kuijper) of als er een speler gewoon tegen je aan loopt, terwijl er aan de andere kant net een teamgenoot ongeveer onder het parket is gestopt (Donald Wilson). Er ging in die al gememoreerde 5 minuten en 8 seconden helemaal niets goed. Dat was bij Rotterdam Challengers wel anders. Onder aanvoering van de tot dan bleek spelende Sullivan Sykes en als altijd Djoenie Steenvoorde werd er een 18-0 run geproduceerd, die bij Leiden aankwam als een mokerslag.

Van 40-46 werd het daardoor 58-46 en keek het Leidse deel van het publiek - met een man of veertig ruim een derde van het treurige totaal vormend - gelaten toe, hoe de wedstrijd in één klap op slot werd gedaan. Ivo Boom probeerde te redden wat er te redden viel. Hij pakte bewust een technische fout in een poging de scheidsrechters duidelijk te maken, dat er dingen gebeurden, die niet volgens de regels waren en nam een time-out om te kijken of het momentum van Rotterdam gebroken kon worden.

Maar het een noch het ander had de gewenste uitwerking. Als een stoomwals streek de ploeg van Toon van Helfteren alle plooien glad en voelde dat het Leidse verzet gebroken was. Heel even nog kwam er een opleving, toen Wilson en Krieger het gaatje een beetje dichttrokken naar 58-50, maar toen het aan het einde van het derde kwart 65-50 was, wist iedereen dat het laatste kwart alleen nog gespeeld hoefde te worden, omdat de reglementen dat nu eenmaal voorschrijven.