Nieuwsbericht

Vierde kwart weer beslissend

26 februari 2011

LEIDEN - Net als vorige week in Nijmegen wachtte Zorg en Zekerheid Leiden in de thuiswedstrijd tegen BS Weert tot het laatst om de overwinning binnen te halen: 90-81

Drie kwarten lang gaven de twee ploegen elkaar bijna niet toe en dat leidde tot een stand van 57-57 na dertig minuten. Het vierde deel werd het kwart van Worthy de Jong. Een driepunter om mee te beginnen, een superdunk, een score met bonus en in totaal twaalf punten in het kwart en 21 in de hele wedstrijd.

 

Leiden liep weg naar maximaal 77-64, waarna het nog even spannend werd, maar Weert had niet meer de macht om aan te sluiten.

 

Het gesprek van de dag in de leegstromende Vijf Meihal en de volstromende businessclub was echter niet de overwinning, maar de blessure, die nieuwkomer Patrick Hilliman opliep. In een poging de bal te pakken botste hij vol op Ross Bekkering en liep daarbij een op het oog zware blessure op aan zijn rechterpols. Even werd gevreesd voor een botbreuk, maar dat verhaal werd later ontzenuwd, omdat Hilliman zijn hand gewoon kon bewegen. Onderzoek in het ziekenhuis zal moet aantonen wat er precies aan de hand is. Vast staat wel dat de ploeg het een poosje zonder de nieuwe center zal moet doen en dat is natuurlijk een flinke domper.


Dat Zorg en Zekerheid Leiden zo lang wachtte met de beslissende aanval beviel de volle Vijf Meihal helemaal niet. Maar er was geen reden voor paniek, want de wedstrijd ging gelijk op. Af en toe pakte BS Weert een kleine voorsprong, maar die werd eigenlijk steeds snel weggewerkt. Toch duurde het tot halverwege het tweede kwart voordat Leiden voor de eerste keer op voorsprong kwam. Arvin Slagter tekende daarvoor vanaf de vrije-worplijn: 21-19.


Maar het duurde niet lang. Leiden had weinig grip op Trey McDowell en bovendien pakte de Limburgse club – dit keer geleid door Olivier van Kempen, omdat Terence Stansbury wegens familieomstandigheden in de VS is – vooral in de eerste helft veel meer rebounds. De teller stond na twintig minuten zelfs op 15-24. Na de rust ging het wat beter, maar de ‘reboundwinst’ was ook aan het einde van de wedstrijd voor BS Weert: 37-40.


Het was halverwege nog altijd ‘anybody’s game’ en dat zou nog een poosje zo blijven, hoewel het verschil opliep naar zeven punten in het voordeel van Weert, dat speelde zonder zijn Amerikaanse spelverdeler Glenn Stokes (liesblessure). Na een score van Donte Miller was Zorg en Zekerheid Leiden het zat. Met name Ross Bekkering meldde zich aan het front, scoorde zeven punten in korte tijd en na dertig minuten zat er geen licht tussen de twee teams: 57-57.


Het moest dus gebeuren in het vierde kwart, niet voor het eerst dit seizoen. Vorige week nog werd Magixx in Nijmegen in het slotstuk opgerold en waarom zou dat nu niet kunnen?
Worthy de Jong opende het vierde kwart met een driepunter en zou uitgroeien tot Man of the Match, al was het maar door zijn twaalf punten in deze laatste periode, waarbij een heerlijke dunk voor 67-61 de prijs voor de mooiste actie van de avond verdiende. Ook de anderen scoorden toen lekker mee en het gat werd zelfs maximaal dertien punten.


De wedstrijd zat daarmee in de knip, zou je denken. Maar Weert is altijd een lastige tegenstander voor Leiden, dat de Limburgers vrijwel nooit onder de zo gewenste zeventig punten houdt. Dit seizoen maakte de ploeg uit Noord-Limburg zelfs 320 punten in vier wedstrijden, een gemiddelde dus van precies tachtig.


Het werden er nu 81, omdat Weert niet wilde opgeven en het verschil terugbracht tot zes punten: 87-81. Daarbij kwam wat arbitrale hulp de ploeg van Van Kempen goed uit, toen er twee onsportieve fouten werden gefloten, eerst voor Arwin Slagter en vlak daarna voor Monta McGhee. In beide gevallen had met een normale fout kunnen worden volstaan.


De klok was toen echter de vriend van Zorg en Zekerheid Leiden, dat geconcentreerd bleef spelen en via 90-81 (de hoogste score overigens dit seizoen) zelf twee punten inliep op koploper GasTerra Flames, dat zich in eigen huis liet verrassen door WCAA Giants.


JAN VAN DER NAT
FOTO’S: RICHARD KOOLEN