Nieuwsbericht

Wonderlijk slot goed voor winst

22 januari 2011

AMSTERDAM – Zorg en Zekerheid Leiden heeft zaterdagavond in Amsterdam een hoofdstuk toegevoegd aan het toch al dikke boek over psychologie in de sport.

Want verklaar het maar eens, waarom een ploeg die in 37 minuten nul op achttien driepunters schiet er in de laatste drie minuten opeens drie op rij maakt, de wedstrijd daarmee in het slot gooit en uiteindelijk wint met 51-59.


De zoektocht naar een verklaring zal niet veel verder komen dan dat de ploeg van Toon van Helfteren vaker van die uitbarstingen heeft, die een wedstrijd sterk kunnen beïnvloeden. Vorige week was dat het geval in het vierde kwart tegen EiffelTowers en nu dus in de slotminuten tegen ABC Amsterdam, dat dankzij de onvrijwillige medewerking van Leiden een maximale achterstand van 24 punten (13-37 vlak voor de rust) goedmaakte en zelfs voor het eerst in de wedstrijd op voorsprong kwam bij 48-47.


Het leek alsof de vijf withemden in het veld elkaar toen het seintje gaven, dat dit toch eigenlijk te gek was. Terence Robinson was de eerste, die de trekker overhaalde en met de negentiende Leidse driepuntspoging eindelijk succes had. Direct daarop knalden ook Thomas Jackson en Monta McGhee van buiten de cirkel raak.


Het waren drie dreunen, die Amsterdam tegen het canvas sloegen, want bij 48-56 en met nog maar 1:43 op de klok was het voor de ploeg van coach Hakim Salem dweilen met de kraan open. De technische baas van Amsterdam was na afloop ‘not amused’ over de scheidsrechters. Niet dat hij daar de schuld legde voor de nederlaag, maar toch... Salem: ‘Wij wilden spelen, Leiden wilde spelen, maar de scheidsrechters lieten ons niet spelen. Die stonden er voor zichzelf en niet voor de twee ploegen...’


Dat hij nog zo teleurgesteld zou kunnen reageren na het duel, zat er aanvankelijk helemaal niet in, want in de eerste twintig minuten was er maar één ploeg, die bepaalde wat er gebeurde in Sporthallen Zuid: Zorg en Zekerheid Leiden. Er werd stevig en strak verdedigd, waardoor Amsterdam weinig kansen kreeg. Aanvallend was het ook best in orde. De 37 punten, die halverwege op het scorebord stonden, is ongeveer wat je van de ploeg mag verwachten.


‘Wij hebben nu eenmaal geen ploeg, die er eventjes negentig ingooit. Met 37 zaten we op het peil, dat we kunnen halen, 75 tot 80 punten. Dus ook aanvallend was het goed. Ik was dan ook tevreden over die eerste helft. Maar ja, dan komt er zo’n derde en eigenlijk ook vierde kwart overheen... We hadden in dat derde kwart negen keer balverlies. Dat is een keer meer dan in de hele eerste helft.’


Het is dat Van Helfteren zich de haren niet uit de kop kán trekken, anders was dat zeker gebeurd. Het geknoei deed af en toe pijn aan de ogen. Zes-en-een-halve minuut lang scoorde Zorg en Zekerheid geen enkel punt, waarbij bijvoorbeeld Ross Bekkering de bal bij een dunkpoging keihard op de achterkant van de ring gooide.


Het is dat Amsterdam aanvallend ook geen geweldige ploeg is, want daardoor bleef de schade nog een beetje binnen de perken. Toen Bekkering op 3:33 eindelijk de Leidse score na rust openbrak, had Amsterdam pas tien punten gemaakt. Toch werd het gat verkleind tot vier punten (37-41), maar door een redelijk slot was het verschil na dertig minuten toch weer tien (37-47) en leek er niets aan de hand.


Maar het vierde kwart begon voor Leiden net zo beroerd als het derde. Zeven minuten lang werd er geen punt gemaakt en dat is ook tegen een traag scorende ploeg vragen om moeilijkheden. Die kwamen er dan ook na een driepunter van Dimeo van der Horst, die het verschil terugbracht tot één puntje en even later zijn ploeg voor het eerst in de wedstrijd op voorsprong zette.


Toon van Helfteren had toen al twee van zijn maximale drie time-outs opgesoupeerd. De eerste op eigen initiatief en de tweede op aangeven van hoofdscheidsrechter Paul van den Heuvel, die vond dat er niet snel genoeg werd gereageerd op het (tweede) teken weer te beginnen en daarom de Leidse ploeg voor nóg een minuut naar de bank stuurde...


Maar het kwam dus allemaal nog op zijn pootjes terecht voor Van Helfteren, die nog altijd geen beroep kon doen op Seamus Boxley en ook Terry Sas moest missen. De schutter heeft problemen met de linkerknie en maandag moet een mri-scan uitsluitsel geven over wat er precies aan de hand is.


‘Ik hoop dat ik toch weer een keer op Seamus kan rekenen. En ja, met Terry valt natuurlijk een schutter weg. Omdat Arvin Slagter er momenteel ook geen bal ingooit en McGhee ook al niet echt op schot is, kom je als ploeg wel wat te kort...’


En dat was niet overdreven, want met 1 op 11 (Slagter) en 2 op 13 (McGhee) kom je niet erg ver. Gelukkig wel net ver genoeg om een wedstrijd tegen Amsterdam te winnen.


JAN VAN DER NAT
FOTO’S RICHARD KOOLEN